“Ik kan dit niet.” “Dit gaat mij nooit lukken.” “Pietje, Jantje, Klaasje kunnen dit allemaal veel beter dan ik.” “Ik ben gewoon niet slim / leuk / lief / gezellig genoeg.”
Zijn deze uitspraken herkenbaar?
Onzekerheid betekent dat een kind twijfelt aan zichzelf of aan hoe anderen hem of haar zien. Dat komt veel voor in de ontwikkeling van kinderen. Kinderen spiegelen zichzelf voortdurend met anderen, hierdoor leren ze meer over zichzelf en over de wereld. Veel kinderen vergelijken zichzelf negatief met anderen.
Kinderen worden niet alleen gevormd door hun opvoeding. Ook hun temperament, gevoeligheid, ervaringen op school, vriendschappen en gebeurtenissen in hun leven spelen een rol. Sommige kinderen zijn van nature gevoeliger of bedachtzamer en daardoor ook sneller onzeker. Dat is dus niet simpelweg het gevolg van iets wat ouders wel of niet hebben gedaan.
Psychologisch onderzoek laat zien dat zelfvertrouwen zich ontwikkelt door een combinatie van factoren. De psycholoog Albert Bandura beschreef bijvoorbeeld dat kinderen zelfvertrouwen opbouwen door ervaringen, oefenen, aanmoediging en het gevoel dat ze ergens invloed op hebben.
Ook de hechtingstheorie van John Bowlby laat zien dat een veilige relatie met ouders kinderen helpt om de wereld te ontdekken. Dat betekent alleen niet dat onzekerheid automatisch betekent dat die veiligheid er niet is. Zelfs kinderen met een warme, stabiele opvoeding kunnen periodes van twijfel of onzekerheid ervaren.
Sterker nog: juist in een veilige relatie durven kinderen hun onzekerheid vaak te laten zien.
Voor ouders kan het helpend zijn om onzekerheid niet te zien als een probleem dat “veroorzaakt” is, maar als een signaal. Een signaal dat een kind op dat moment wat extra steun, begrip of vertrouwen kan gebruiken.
Signalen van een onzeker kind
Elk kind is anders, maar er zijn een aantal signalen die vaker voorkomen.
1. Veel bevestiging vragen
Een onzeker kind vraagt vaak:
- “Doe ik het goed?”
- “Vind je het mooi?”
- “Ben je niet boos?”
Dit komt doordat het kind zijn eigen oordeel nog niet vertrouwt.
2. Bang zijn om fouten te maken
Sommige kinderen vermijden nieuwe dingen, schoolwerk of sport omdat ze bang zijn het verkeerd te doen.
Je kunt bijvoorbeeld zien dat je kind:
- snel opgeeft
- boos wordt bij kleine fouten
- perfectionistisch gedrag laat zien
3. Zich vergelijken met andere kinderen
Onzekere kinderen zeggen vaak dingen als:
- “Ik kan dat toch niet.”
- “Zij is veel beter.”
4. Teruggetrokken of juist heel druk gedrag
Onzekerheid kan zich op verschillende manieren uiten:
- stil en teruggetrokken
- veel pleasen
- clownesk of druk gedrag om aandacht te krijgen
5. Gevoelig voor kritiek
Een kleine opmerking kan al leiden tot verdriet, boosheid of schaamte.
Vertrouwen op je ouderlijke intuïtie
Veel ouders voelen dat er iets speelt nog vóórdat ze het gedrag goed kunnen benoemen.
Die intuïtie is waardevol.
Onderzoek naar ouder-kindrelaties laat zien dat ouders vaak subtiele veranderingen in hun kind oppikken: lichaamstaal, toon, energie of stemming.
Je kunt jezelf bijvoorbeeld afvragen:
- Lijkt mijn kind vaak gespannen?
- Twijfelt mijn kind veel aan zichzelf?
- Heeft mijn kind minder plezier dan eerst?
- Zoekt mijn kind constant bevestiging?
Als iets in je gevoel blijft terugkomen, is het meestal zinvol om er aandacht aan te geven.
Wat heeft een onzeker kind nodig?
Het belangrijkste wat kinderen nodig hebben is veiligheid én vertrouwen dat ze mogen leren.
1. Benoem wat je ziet
Kinderen voelen zich begrepen wanneer hun gevoel woorden krijgt.
Bijvoorbeeld:
- “Ik zie dat je het spannend vindt.”
- “Je baalt dat het niet lukt hè?”
Dit helpt kinderen hun emoties beter te begrijpen.
2. Focus op inzet, niet op resultaat
Onderzoek naar groeimindset van Carol Dweck laat zien dat kinderen meer zelfvertrouwen ontwikkelen wanneer hun inzet wordt gewaardeerd.
Dus liever:
- “Je hebt echt doorgezet.”
dan:
- “Wat knap dat je de beste bent.”
3. Laat fouten normaal zijn
Vertel ook over je eigen fouten of onzekerheden. Dat maakt falen minder groot.
Bijvoorbeeld:
“Dat had ik vroeger ook. Ik moest het ook oefenen.”
4. Geef kleine succeservaringen
Zelfvertrouwen groeit door ervaren dat iets lukt.
Help je kind door:
- taken op te delen
- kleine stapjes te nemen
- successen te benoemen
5. Blijf de veilige basis
Volgens de hechtingstheorie durven kinderen de wereld te ontdekken wanneer ze weten dat ze altijd terug kunnen naar hun ouder.
Dat betekent:
- luisteren zonder meteen oplossingen te geven
- emoties serieus nemen
- beschikbaar zijn
Wanneer extra hulp helpend kan zijn
Soms blijft onzekerheid een kind echt belemmeren. Bijvoorbeeld wanneer een kind:
- niet meer naar school wil
- sociale situaties vermijdt
- veel piekert
- somber wordt
In dat geval kan begeleiding door een pedagoog helpend zijn. Niet omdat er iets “mis” is met het kind, maar omdat sommige kinderen tijdelijk wat extra steun nodig hebben.
Tot slot
Een onzeker kind heeft geen perfecte ouder nodig. Wat het vooral nodig heeft, is een ouder die kijkt, luistert en probeert te begrijpen.
Jouw aandacht, vertrouwen en aanwezigheid maken vaak al het grootste verschil.
En vaak wist je intuïtie het eigenlijk al.
Toch behoefte om hier verder over te praten? Of denk je dat je kind meer hulp nodig heeft? Neem gerust contact op.
